
Een kijkje in Google’s keuken
Eergisteren verscheen Google’s eigen gids voor het optimaliseren van je website voor AI-zoekfuncties zoals AI Overviews en AI Mode. De aanleiding ligt voor de hand. Er circuleert ontzettend veel advies over GEO (generative engine optimization) en AEO (answer engine optimization), en een aanzienlijk deel daarvan is niet gebaseerd op hoe Google’s systemen daadwerkelijk werken. Ik vind het wel fijn dat we zo een kijkje in Google’s keuken krijgen.
Wat zegt Google over GEO en AEO?
Google stelt expliciet dat GEO en AEO “gewoon SEO” zijn. Hun generatieve AI-functies zijn gebouwd op dezelfde core ranking-systemen als de reguliere zoekresultaten. De AI-features gebruiken twee technieken die dit illustreren.
De eerste is RAG, ofwel Retrieval-Augmented Generation — een techniek die Google in hun officiële documentatie beschrijft als grounding-methode. Dat is een methode waarbij het AI-systeem zijn antwoord baseert op actuele webpagina’s uit de gewone zoekindex — geen losstaand kennissysteem, maar dezelfde index die bepaalt wat er in reguliere zoekresultaten verschijnt. De tweede techniek heet query fan-out: het systeem genereert bij een zoekvraag automatisch gerelateerde deelvragen om aanvullende informatie op te halen (zie mijn artikelen hierover elders op deze site). Als iemand vraagt hoe ze een grasmat vol onkruid kunnen aanpakken, genereert het systeem achterliggende vragen over herbiciden, chemievrije methoden en preventie. Beide technieken leunen sterk op Google’s bestaande Search-index en ranking-systemen.
Wat verandert er dan écht aan je aanpak?
Google’s gids geeft aan dat je gecrawld en geïndexeerd moet zijn, dat je een snippet moet mogen tonen in de zoekresultaten, en dat je de standaard technische vereisten van Search moet naleven. Wat ze daarnaast expliciet noemen in hun AI Optimization Guide, is dat ecommerce- en local-data een grotere rol krijgen binnen AI-zoekervaringen. Productfeeds via Merchant Center, actuele bedrijfsinformatie via Google Business Profiles en gestructureerde commerce-data helpen AI-systemen om betrouwbare en actuele antwoorden te genereren. Dat is geen nieuwe rankingfactor, maar wel een signaal dat operationele datakwaliteit belangrijker wordt in generatieve zoekervaringen.
Wat mij opvalt in de gids is de nadruk op wat Google in hun Search Central-documentatie “non-commodity content” noemt. Ze maken een onderscheid tussen content die algemeen beschikbaar is — denk aan “7 tips voor eerste huizenkopers” — en content die een uniek perspectief of directe ervaring inbrengt. Dat tweede type is wat hun AI-systemen verkiezen boven generieke samenvattingen van wat al op internet staat. Google suggereert daarnaast dat unieke beelden, video’s en originele visuals extra waarde toevoegen in generatieve zoekervaringen — juist omdat die minder eenvoudig te commoditiseren zijn dan tekst alleen. Google zegt het zo: schrijf niet opnieuw wat anderen al zeiden, en schrijf niet wat een generatief AI-model ook had kunnen produceren.
Welke “GEO-hacks” kun je gerust laten?
Op mijn homepage heb ik een tool staan waarin ik laat checken of een site een llms.txt bestand heeft. Google geeft aan dat dit helemaal niet nodig is (en ik pas mijn tool deze week ook aan): ze crawlen en indexeren allerlei bestandstypen, maar een speciaal AI-instructiebestand geeft je pagina’s geen voorrangspositie in AI Overviews of AI Mode. Content opknippen in kleine stukken voor betere AI-verwerking is ook niet iets wat Google vraagt — hun systemen begrijpen meerdere onderwerpen op één pagina en tonen het relevante fragment. Herschrijven puur voor AI-leesbaarheid heeft geen zin, want de systemen snappen synoniemen en intentie zonder exacte trefwoordovereenkomst.
Ook waarschuwt Google actief tegen het najagen van onechte vermeldingen op het web. De gedachte dat meer vermeldingen in blogs, forums en video’s automatisch bijdragen aan zichtbaarheid in AI-antwoorden klopt maar gedeeltelijk — en kunstmatig gecreëerde vermeldingen worden snel als spam gezien.
Wat Google niet bespreekt in deze gids
De gids heeft een duidelijke scope en houdt zich daar ook aan: dit gaat over Google Search, niet over andere AI-platforms. Wie zichtbaar wil zijn in ChatGPT, Perplexity, Claude of andere AI-assistenten, heeft met andere systemen, andere trainingsdatabronnen en andere citatiemechanismen te maken. Google’s gids zegt daar niets over — en dat is correct, want dat is ook niet hun verantwoordelijkheid.
“Voor Google Search klopt het dat GEO gewoon SEO is. Maar wie ook zichtbaar wil zijn in ChatGPT, Perplexity of Claude, heeft te maken met deels andere systemen, retrievalbronnen en citatiemechanismen.”
Die beperking is relevant voor iedereen die GEO breed opvat. Google neemt een logisch standpunt in: voor ons platform is SEO de basis. Maar de discipline GEO als geheel omvat meer dan Google Search alleen.
Wat ik zelf meeneem uit dit document
Ik experimenteer al een tijdje met de vraag welke contentkenmerken bijdragen aan zichtbaarheid in AI-antwoorden — ook buiten Google. Wat me opvalt in Google’s gids is dat de nadruk op uniek perspectief en directe ervaring aansluit bij patronen die ik ook bij andere platforms zie.
Het agentic-gedeelte van de gids is nog pril. Google verwijst naar browser agents die websites bezoeken via DOM-structuur en accessibility-trees, en naar opkomende protocollen als het Universal Commerce Protocol. Wat ik interessant vind, is dat Google hier duidelijk vooruit kijkt naar een web waarin AI-agents niet alleen informatie lezen, maar ook acties uitvoeren. Denk aan vergelijken, boeken, bestellen of formulieren invullen. Dat verklaart waarom toegankelijkheid, semantische HTML en machineleesbare commerce-data nadrukkelijker terugkomen in de gids. Ik volg die ontwikkeling, maar zie op dit moment nog geen concrete aanbevelingen die de moeite waard zijn om nu al te implementeren.
Bronnen
- Google Search Central (2026, 15 mei). Optimizing your website for generative AI features on Google Search.
- Google Search Central (z.j.). Creating helpful, reliable, people-first content.
- Google Search Central (z.j.). Search Essentials.
- web.dev (z.j.). Agent-friendly website best practices.
- Semrush (2025, juni). Most cited domains by LLMs worldwide.
- McKinsey (2025). Global Survey on AI.
- Ahrefs (2025). AI Overview CTR impact study.
- Tinuiti (2026, Q1). AI Citations Trends Report.
Over de auteur: Hans Schepers is Digital Marketing professional en oprichter van Hands on GEO. Hij onderzoekt hoe B2B-organisaties zichtbaar blijven in AI-gedreven zoekervaringen. Volg zijn bevindingen op handsongeo.com of connect op LinkedIn.